Help! Mijn kind wil niet meer naar school… maar waarom?
Het nieuwe schooljaar was nog maar net begonnen.
En toch voelde het voor de ouders van Lars (9) alsof ze al weken bezig waren met dezelfde strijd.
Iedere ochtend opnieuw.
Lars wilde niet naar school.
Niet een beetje tegenstribbelen omdat hij liever nog even wilde slapen of omdat het vakantiegevoel nog niet helemaal voorbij was.
Nee.
Hij werd verdrietig. Soms boos. En regelmatig klaagde hij over buikpijn of hoofdpijn.
Zijn ouders maakten zich zorgen.
Want Lars was helemaal geen kind dat normaal gesproken moeilijk deed over school. Maar sinds het nieuwe schooljaar begonnen was, leek er iets veranderd.
Hij had geen klik met de kinderen in zijn klas.
Hij trok zich steeds meer terug en zocht zelf ook niet echt contact met anderen.
Zijn ouders probeerden natuurlijk te praten.
“Is er iets gebeurd?”
“Vind je je nieuwe klas niet leuk?”
“Heb je ruzie met iemand?”
Maar Lars kon het eigenlijk niet goed vertellen.
Hij wist zelf niet precies wat er aan de hand was.
Hij wist alleen dat hij niet naar school wilde.
Er moest toch iets zijn?
Als ouder ga je dan zoeken.
Je denkt aan pesten.
Aan een ruzie.
Aan een leerkracht waar je kind misschien geen klik mee heeft.
Aan iets wat er op school gebeurd kan zijn.
Maar niets leek echt te verklaren waarom Lars zo veranderde.
Ook thuis was hij sneller boos en verdrietig.
En dan was er nog zijn huiswerk.
Lars kreeg het steeds moeilijker af.
Niet omdat hij niet wilde.
Maar omdat het hem allemaal te veel leek te worden.
De druk om het af te krijgen. De dingen die hij op school al had moeten verwerken. En dan thuis opnieuw moeten gaan zitten om verder te werken.
Zijn hoofd leek nooit echt uit te staan.
De vraag achter de vraag
Zijn ouders vroegen een Luisterkind afstemming aan.
Niet omdat ze precies wisten wat ze wilden vragen.
Eigenlijk was hun vraag heel eenvoudig:
Wat speelt er bij Lars?
Want soms is dat alles wat je als ouder wilt weten.
Niet meteen een oplossing.
Niet meteen een oordeel.
Gewoon begrijpen.
Wat gebeurt er in mijn kind?
Tijdens de afstemming kwam er iets heel anders naar voren
Al snel werd duidelijk dat Lars ontzettend veel prikkels binnenkreeg.
De geluiden.
De drukte.
De kinderen om hem heen.
De hoeveelheid informatie.
De verwachtingen.
Alles kwam bij hem binnen, maar hij kreeg het onvoldoende verwerkt.
Zijn hoofd liep als het ware steeds voller.
En wanneer je hoofd al overloopt, wordt contact maken met andere kinderen ineens een heel stuk moeilijker.
Niet omdat je niet wílt meedoen.
Maar omdat er simpelweg weinig ruimte meer over is.
Lars trok zich daarom steeds meer terug.
Hij zocht minder contact.
Hij had geen behoefte om nieuwe vriendschappen aan te gaan.
Niet omdat hij de andere kinderen niet aardig vond, maar omdat hij eerst rust nodig had.
Zijn systeem stond eigenlijk al de hele dag 'aan'.
En dat verklaarde ineens ook zoveel van wat zijn ouders thuis zagen.
De boosheid.
Het verdriet.
De buikpijn.
De hoofdpijn.
Het niet naar school willen.
En zelfs het huiswerk dat maar niet afkwam.
En toen bleek er thuis óók weinig rust te zijn
Tijdens de afstemming kwam nog iets naar voren.
De slaapkamer van Lars was behoorlijk vol en druk.
Veel spullen.
Veel om te zien.
Veel wat aandacht vroeg.
Een plek die eigenlijk rust zou moeten geven, maar dat onvoldoende deed.
Wanneer je de hele dag al veel prikkels te verwerken krijgt, is het juist belangrijk dat er momenten en plekken zijn waar je hoofd even niets hoeft.
Ook dat werd dus onderdeel van de handvatten die zijn ouders meekregen.
Niet alles hoefde ineens anders.
Maar er kon wel meer rust worden gecreëerd.
De oplossingen zaten niet in één grote verandering
De afstemming gaf geen magische oplossing waardoor Lars de volgende ochtend ineens huppelend naar school ging.
Maar er kwam wél begrip.
En vanuit dat begrip konden zijn ouders andere keuzes maken.
Er werd gekeken naar manieren om de hoeveelheid prikkels te verminderen.
Naar rustmomenten.
Naar de inrichting van zijn slaapkamer.
Naar de druk rondom huiswerk.
En vooral naar de ruimte die Lars nodig had om na een schooldag weer tot zichzelf te komen.
Ook op school konden zijn ouders beter uitleggen wat ze bij Lars zagen en waar hij tegenaan liep.
Dat maakte het mogelijk om samen te kijken wat hem kon helpen.
Het mooiste vond ik misschien wel dit
Lars had dit zelf niet kunnen vertellen.
Hij wist niet:
“Mam, mijn hoofd loopt over van alle prikkels en daarom trek ik me terug.”
Hij voelde alleen dat hij niet meer naar school wilde.
Dat hij buikpijn had.
Dat hij verdrietig en boos werd.
En dat is precies waarom het als ouder soms zo moeilijk is.
Kinderen kunnen heel veel voelen zonder dat ze al de woorden hebben om uit te leggen wat ze voelen en waarom.
Soms zie je alleen het gedrag.
En achter dat gedrag kan iets heel anders zitten dan je in eerste instantie denkt.
Luisteren naar wat een kind niet kan vertellen
Voor mij is dat een van de waardevolle kanten van een Luisterkind afstemming.
Niet om voor een kind te bepalen wat er aan de hand is.
Maar om vanuit een ander perspectief te kijken naar wat er mogelijk onder het gedrag speelt.
Bij Lars gaf dat zijn ouders iets waar ze al die tijd naar op zoek waren:
begrip.
En vanuit dat begrip ontstond ruimte om dingen anders aan te pakken.
Want soms is een kind niet lastig.
Soms is het gewoon te veel.
Te veel geluid.
Te veel indrukken.
Te veel verwachtingen.
Te veel moeten.
En te weinig ruimte om alles rustig te verwerken.
Als ouder voel je dan misschien al een tijdje:
“Er is iets met mijn kind. Maar ik krijg er geen vinger achter.”
Ook dat gevoel mag je serieus nemen.
➜ Herken jij dit bij jouw kind?
Je hoeft niet precies te weten wat er aan de hand is of welke vraag je moet stellen.
Soms begint het gewoon met:
“Ik voel dat er iets speelt en ik wil graag begrijpen wat.”
Liefs,
Pasca
Reactie plaatsen
Reacties