“Waarom begrijpen mensen mij toch nooit?”
Dat was eigenlijk de vraag waarmee Loes bij mij kwam.
Niet letterlijk misschien.
Maar het was wel de vraag die als een rode draad door haar verhaal liep.
Op haar werk voelde ze zich regelmatig niet gehoord.
Ze had het gevoel dat collega's haar niet begrepen. Dat wat zij bedoelde anders werd opgevat dan ze het had bedoeld. En wanneer iemand haar daarop aansprak, voelde ze al snel de behoefte om zichzelf te verdedigen.
“Maar zo bedoelde ik het helemaal niet.”
Thuis gebeurde eigenlijk hetzelfde.
En ook in gezelschap.
Steeds opnieuw dat gevoel:
Ze zien mij niet echt.
Het was vermoeiend.
Want Loes had het idee dat ze de hele dag bezig was om zichzelf uit te leggen.
Om duidelijk te maken wat ze bedoelde.
Om te verdedigen waarom ze iets had gezegd of gedaan.
Om ervoor te zorgen dat anderen haar zouden begrijpen.
En hoe harder ze haar best deed, hoe meer het soms leek alsof ze juist verder van anderen af kwam te staan.
Het was niet alleen iets van haar werk
Wat Loes vooral bezighield, was dat dit patroon al veel langer bestond.
Het speelde niet alleen bij haar huidige collega's.
Ze herkende het ook in eerdere banen.
In vriendschappen.
In relaties.
Eigenlijk overal waar mensen dichtbij kwamen.
Steeds weer datzelfde gevoel:
“Ik word niet gehoord.”
“Ze begrijpen me niet.”
“Ze zien niet wie ik werkelijk ben.”
En dus verdedigde ze zichzelf.
Nog een keer uitleggen.
Nog een keer vertellen wat ze bedoelde.
Nog een keer proberen duidelijk te maken waarom ze ergens zo op reageerde.
Het voelde alsof ze iedere dag opnieuw tegen dezelfde muur aanliep.
Maar waarom gebeurde dit steeds opnieuw?
Dat was uiteindelijk ook de vraag waarmee Loes een Luisterkind afstemming aanvroeg.
Want als hetzelfde patroon zich op verschillende plekken in je leven blijft herhalen, ga je je op een gegeven moment afvragen:
Ligt het iedere keer aan de ander?
Of speelt er misschien nog iets anders?
Tijdens de afstemming kwam er iets naar voren wat Loes waarschijnlijk niet had verwacht.
De blik was voortdurend naar buiten gericht
Loes bleek weinig vertrouwen te hebben in zichzelf.
Ze twijfelde regelmatig aan haar eigen oordeel, haar eigen keuzes en haar eigen waarde.
En zonder dat ze het bewust deed, mat ze zichzelf voortdurend af aan anderen.
Doe ik het wel goed?
Ben ik wel goed genoeg?
Wat zullen anderen hiervan vinden?
Waarom kan zij dit wel en ik niet?
Wat moet ik doen zodat ze mij wél begrijpen?
Haar aandacht was daardoor heel vaak gericht op de ander.
Op wat iemand dacht.
Op hoe iemand reageerde.
Op wat iemand van haar vond.
En juist daardoor raakte ze steeds verder verwijderd van haar eigen gevoel.
En ineens kreeg dat verdedigen een andere betekenis
Als je diep vanbinnen niet helemaal vertrouwt op jezelf, kan het ontzettend belangrijk worden dat een ander jou begrijpt.
Want wanneer iemand je niet begrijpt, voelt dat niet alleen als een verschil van mening.
Het kan voelen alsof jij jezelf moet bewijzen.
Alsof je moet laten zien dat je wél gelijk hebt.
Dat je wél goed hebt gehandeld.
Dat je wél gezien mag worden.
En zo ontstaat er een patroon waarin je steeds opnieuw in de verdediging schiet.
Niet omdat je ruzie wilt.
Niet omdat je altijd gelijk wilt hebben.
Maar omdat je ergens diep vanbinnen bang bent dat jouw eigen waarheid anders niet wordt gezien.
De echte beweging zat dus ergens anders
De afstemming ging daardoor uiteindelijk niet alleen over collega's.
Niet alleen over haar relatie.
Niet alleen over de vraag waarom anderen haar niet leken te begrijpen.
De beweging zat veel meer bij Loes zelf.
Bij vertrouwen.
Bij eigenwaarde.
Bij mogen geloven dat haar gevoel er mag zijn, ook wanneer iemand anders iets anders vindt.
En bij het loslaten van de voortdurende vergelijking met anderen.
Want je hoeft niet hetzelfde te zijn als iemand anders om waardevol te zijn.
Je hoeft niet alles goed te doen.
Je hoeft niet door iedereen begrepen te worden.
En je hoeft jezelf ook niet voortdurend te verdedigen om bestaansrecht te hebben.
Soms begint verandering met anders kijken
De afstemming gaf Loes geen lijstje met dingen die ze vanaf de volgende ochtend allemaal moest veranderen.
Wel gaf het haar een ander perspectief.
Op haarzelf.
Op haar relaties.
En op de situaties waarin ze zich steeds opnieuw niet gezien of gehoord voelde.
Want wanneer je anders naar jezelf gaat kijken, kan er ook iets veranderen in hoe je naar anderen kijkt.
Niet meer automatisch:
“Waarom begrijpen ze mij niet?”
Maar misschien steeds vaker:
“Wat gebeurt er nu eigenlijk met míj?”
“Waarom raakt dit mij zo?”
“Wat heb ik zelf nodig?”
En misschien nog wel belangrijker:
“Kan ik mezelf hierin vertrouwen?”
Dat is soms waar een afstemming over kan gaan
Niet over het vinden van één oorzaak.
Niet over het aanwijzen van een schuldige.
Maar over het zichtbaar maken van een patroon waar je zelf steeds middenin zit.
Soms zie je pas wat er gebeurt wanneer je er even van een afstand naar kunt kijken.
Bij Loes lag de oplossing niet simpelweg bij het veranderen van haar collega's, haar partner of de mensen om haar heen.
Er mocht iets veranderen in de manier waarop zij zichzelf zag.
En juist dat kan een heel andere beweging op gang brengen.
Misschien herken je jezelf hierin.
Dat gevoel dat je niet gehoord wordt.
Dat je jezelf steeds moet uitleggen.
Dat je je vaak niet gezien voelt.
Dat je voortdurend bezig bent met wat anderen van je vinden.
En dat je ergens diep vanbinnen eigenlijk verlangt naar iets heel eenvoudigs:
meer vertrouwen in jezelf.
Je hoeft niet altijd precies te weten waar dat vandaan komt.
Soms begint het gewoon met de vraag:
“Wat speelt hier nu werkelijk bij mij?”
➜ Wil je meer weten over een Luisterkind afstemming?
Liefs,
Pasca
Reactie plaatsen
Reacties